Groenten bemesten: veelvraten, middenmoters en lichte eters

Groenten bemesten: veelvraten, middenmoters en lichte eters

Niet elke groente eet evenveel. Wie alles hetzelfde bemest, geeft de ene plant te veel en de andere te weinig, en dat zie je terug in de oogst. Deel je gewassen in drie groepen in en het bemesten wordt ineens overzichtelijk.

De drie groepen

Veelvraten vragen een rijk gevulde bodem: kool, aardappel, tomaat, courgette, pompoen en prei. Middenmoters komen met de helft toe: sla, wortel, biet, ui en spinazie. Lichte eters zoals bonen en erwten hebben aan een restje genoeg; bonen binden zelf stikstof uit de lucht.

Dit is meteen de basis voor vruchtwisseling: laat veelvraten, middenmoters en lichte eters elkaar op een bed opvolgen, dan benut je de voeding in de bodem optimaal.

Basisbemesting en bijvoeden

Geef elk bed in het voorjaar een basislaag compost. Veelvraten krijgen daarbovenop een organische meststof bij het planten en een bijbemesting zodra ze vruchten gaan zetten. Let bij vruchtgroenten op de balans: veel stikstof geeft veel blad maar weinig vruchten. Vanaf de bloei is kalium belangrijker.

Signalen leren lezen

Lichtgroen tot geel blad over de hele plant wijst meestal op stikstofgebrek. Paarse gloed op jong blad hoort bij fosforgebrek, vaak door koude grond in het voorjaar en dus tijdelijk. Gele bladranden bij tomaat kunnen op kaliumgebrek duiden. Voed bij twijfel licht bij en kijk een week aan wat er gebeurt.

Aan de slag

  • Deel je gewassen in: veelvraat, middenmoter of lichte eter
  • Geef elk bed in het voorjaar compost als basis
  • Voed veelvraten bij zodra ze vruchten zetten, met nadruk op kalium
  • Wissel de drie groepen jaarlijks van bed
Terug naar blog