Verticuteren en doorzaaien: wanneer wel en wanneer niet
Verticuteren wordt vaak standaard elk voorjaar aangeraden, maar het is een ingreep, geen ritueel. Op het verkeerde moment of zonder nazorg richt het meer schade aan dan het oplost. Zo bepaal je of jouw gazon het nodig heeft.
Wanneer verticuteren zin heeft
Steek je vingers in het gazon. Voel je een dikke, sponzige laag dood materiaal (meer dan een centimeter vilt), of is het gazon dichtgegroeid met mos? Dan helpt verticuteren: het haalt de laag weg die water en voeding tegenhoudt.
Is het gazon gewoon dun of geel, zonder viltlaag? Dan is verticuteren zinloos en los je meer op met bemesten en doorzaaien.
Het juiste moment
Verticuteer als het gras volop groeit en de bodem vochtig is: half april tot half mei, of begin september. Nooit tijdens droogte of vlak voor een hittegolf; het gazon heeft weken nodig om te herstellen. Stel de messen zo af dat ze de bodem net raken. Diepe groeven trekken het gazon open.
Nazorg bepaalt het resultaat
Direct na het verticuteren bemesten en doorzaaien is geen extraatje maar de kern van de klus. De open plekken die je maakt, worden ingevuld door wat het eerst kiemt. Zorg dat dat graszaad is en geen onkruid. Houd het twee tot drie weken vochtig.
Aan de slag
- Check eerst op vilt: geen viltlaag betekent niet verticuteren
- Kies april/mei of september, nooit tijdens droogte
- Stel de messen ondiep af
- Bemest en zaai direct na het verticuteren door